Een vooruitblik op de regeling VAR in 2016.

Afgelopen jaar is er veel te doen geweest omtrent de regelgeving over de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) en we hebben van de staatssecretaris de hoogte van DGA-salaris als huiswerk meegekregen. De rechtspraak over de niet-zakelijke leningen is nog verder uitgekristalliseerd zodat we daar meer op kunnen adviseren.
Begin dit jaar was het ministerie van financiën bezig met de ontwikkeling van de webmodule voor de beschikking geen loonheffingen (BGL). Op het moment dat de module bijna klaar was, is na veel kritiek besloten zowel de VAR als de BGL te laten vervallen. Er werd aangekondigd dat er branche- en beroeps specifieke modelovereenkomsten kwamen waarmee er zekerheid wordt gecreëerd voor opdrachtgever en opdrachtnemer over de zelfstandigheid van de opdrachtnemer. Inmiddels zijn er enkele overeenkomsten gepubliceerd, maar is ook de geldigheid van de VAR verlengd tot in ieder geval 1 april 2016. De startende ondernemer kan dus ook op dit moment nog een VAR aanvragen. Mijn ervaring is dat de belastingdienst terughoudend is met het afgeven van een VAR winst uit onderneming.

Met de invoering van de modelovereenkomsten gaan we terug naar de basis: is er wel of geen sprake van een gezagsverhouding en vervolgens ook van een (fictieve) dienstbetrekking? Binnen de fiscale adviespraktijk hebben we de VAR al enige jaren naast ons neergelegd. Alleen daar waar het voor de opdrachtgever een harde vereiste is vragen we nog een VAR aan. De ervaring leert immers dat de belastingdienst doorgaans een VAR Loon verstrekt ook daar waar het volgens de jurisprudentie een VAR Winst uit onderneming moet zijn. Na een bezwaarfase bereiken we dat resultaat. Blijkbaar durft de inspecteur in zo’n situatie de beroepsprocedure niet aan.